HOE AFSTAMMING LEZEN,

Bij alle zeugenlijnberen en piétrainberen is er een volledige afstamming bijgevoegd.
Hieronder wat meer uitleg over de cijfers en afstamminggegevens van de VPF-beren

Oornummer van het ingeschreven dier-    Geslacht-   VPF nummer-

Stamboeknummer van het ingeschreven dier -Tepels – Ras

Sanitelnummer van het ingeschreven dier-Geboortedatum van het ingeschreven dier

Fokker- opruimdatum- FWS (uitleg zie hieronder)

Eigenaar- Stresskode (P= stressgevoelig; N= Heterozygoot stressresitent; F= homozygoot stressresistent) -IFI (zie uitleg hieronder)

BLT=Bloedtest=DNA-code voor stressgevoeligheid (P= stressgevoelig; N= heterozygoot;F= homozygoot; X= homozygoot o.b.v. afstamming,niet DNA-getest; Y= heterozygoot o.b.v. afstamming, niet DNA-getest; blanco= geen van beide ouders homozygoot stressresistent)

STAMBOEK-INFORMATIE VADERS

Voorbeeld :

OSTERIX VAN HET LOONDERHOF   =naam van de vader

107A625 = stamboeknummer van de vader

STAMBOEK-INFORMATIE MOEDERS

Voorbeeld :

P-165 VAN WEELDE= naam van de moeder

111L136 = stamboeknummer van de moeder

AW/WI/PG= eigen vruchtbaarheidsresultaten van de moeder (zie verder)

 

FOKTECHNISCHE INFORMATIE

1.  Bedrijfsprestatietoets (BPT) :

Sinds 1 januari 1999 kan een beer pas opgenomen worden in het stamboek indien hij de bedrijfsprestatietoets heeft ondergaan. Deze bedrijfsprestatietoets bestaat ook voor zeugen (maar niet verplicht). De bedrijfsprestatietoets omvat de bepaling van het gewicht en het vleespercentage op het bedrijf. Dit laatste gebeurt met behulp van het PIGLOG 105-toestel dat de spekdikte en de carrédikte ter hoogte van de rug meet en de spekdikte ter hoogte van de lenden. Op basis van deze metingen wordt het vleespercentage geschat. Deze metingen gebeuren op een levend gewicht van ongeveer 110 kg. De weergave van de resultaten is als volgt :

 

a)         BPT   219.0   126.0   555.0 (750.0) 5.0 5.0 89.0 70.5  (2014.06.05) 22.1 1.0

 

219                  =leeftijd (in dagen) op de dag van de meting

126                  =levend gewicht (in kg) bij de meting

555                  =groei (in gram per dag) vanaf de geboorte tot op de dag van de meting

750                  =groei (in gram per dag) van 25 tot 110 kg = mesterijgroei

5.0                   =spekdikte (in mm) ter hoogte van de lenden

5.0                   =spekdikte (in mm) ter hoogte van de rug

89.0                 =carrédikte (in mm)

70.5                 =geschat vleespercentage (in procent)

05.06.2014      =datum van de meting

22.1                 =afwijking van mesterijgroei t.o.v. het bedrijfsgemiddelde gedurende de laatste 2 jaar

1.0                   =afwijking van vleespercentage t.o.v. het bedrijfsgemiddelde gedurende de laatste 2 jaar

 

Er wordt naast de levensgroei (0 tot 110 kg) ook de mesterijgroei (van 25 tot 110 kg) weergegeven tussen haakjes. Op deze manier kan de groei weergegeven in België nu ook vergeleken worden met deze in andere Europese landen.

Voor het Piétrain en het Belgisch Landras homozygoot stressresistent (X) wordt de groei gestandardiseerd naar een meetgewicht van 110 kg zowel voor zeugen, als voor beren.

 

2.  Selectiemesterij-index (FWS KI-VW) :

 

Sinds 1988 worden voor beren en zeugen selectiemesterij-indexen berekend op basis van de prestaties van nakomelingen die werden afgemest in de centrale testbedrijven (selectiemesterijen). Met behulp van de BLUP-methode (toegepast op een dier-model) wordt voor elke geteste beer en/of zeug de fokwaarde geschat voor de dagelijkse groei, de voederconversie en de slachtkwaliteit. Deze drie afzonderlijke fokwaardeschattingen worden per dier gecombineerd volgens hun economisch belang tot één cijfer : de selectiemesterij-index. De weergave van de resultaten is als volgt :

 

KI   12    53   -154    9.2   137.2   0.812 (….)

 

KI      = onderzoekstype (PR = raszuivere nakomelingen; KI = gekruiste nakomelingen; VW = via verwantschap met afgeteste verwanten)

12      =   het aantal geteste nakomelingen

53      =   fokwaarde voor dagelijkse groei (in grammen per dag) uitgedrukt als afwijking t.o.v. het eigen rasgemiddelde

-154  =   fokwaarde voor voederconversie (in grammen voer per kg groei) uitgedrukt als afwijking t.o.v. het eigen rasgemiddelde

9.2     =   fokwaarde voor karkaskwaliteit (in punten) uitgedrukt als afwijking t.o.v. het eigen rasgemiddelde

137.2 =   gecombineerde selectiemesterij-index (gemiddelde = 100, standaardafwijking = 33)

0.812 =   berekende nauwkeurigheid van de selectiemesterij-index (max 0.999); hoe meer informatie over het dier en zijn verwanten, hoe hoger deze nauwkeurigheid

 

Naargelang de individuele fokwaarden in de selectiemesterij-index worden predicaten toegekend aan de beren: beren die afgetest zijn worden Senior beren.

(…)       = Predicaat van de beer.

(OS)     = Optimal Senior

(PS)      = Premium Senior

(OPS)   = Optimal Prime Senior

(SR)     = blijft Senior beer, geen predicaat toegekend.

 

VPF-OPTIMAL®

De OPTIMAL ® is de beer voor  optimale en efficiënte productie van Belgische

vleesvarkens. OPTIMAL ® vleesvarkens blinken uit in hun groei en voederconversie. De

OPTIMAL ® beren zijn zorgvuldig geselecteerd op extra groei en een zeer gunstige voederconversie. Toch weet de OPTIMAL ®  zijn typische Belgische conformatie te behouden.

 Groei                          : ++++

Voederconversie        : ++++

Vleespercentage        : ++

Slachtrendement        : ++

Vitaliteit                     : ++++

Heterosis                    : ++++

VPF-PREMIUM®

De PREMIUM ®   staat garant voor een uitermate goed bespierd vleesvarken. Extra aandacht voor spieraanzet en conformatie maakt van deze beer een echte body builder. Door de hoge bevleesdheid van de PREMIUM ®   bezit deze beer ook een uitstekende voederconversie.

 

Groei                          : ++

Voederconversie        : ++++

Vleespercentage        : ++++

Slachtrendement        : ++++

Vitaliteit                     : +++

Heterosis                    : ++++

 

VPF-OPTIMAL PRIME ®

De OPTIMAL PRIME ®   is het topsegment onder de VPF beren . Naast zijn capaciteit om vleesvarkens te produceren met een uitstekende bespiering en uitsnijrendement zorgt  hij ook nog voor een snelle groei ! De OPTIMAL PRIME ® is een echte kaskraker voor uw bedrijf.

 

Groei                          : ++++

Voederconversie        : ++++

Vleespercentage        : ++++

Slachtrendement        : ++++

Vitaliteit                     : ++++

Heterosis                    : ++++

 

3. Afstammingindex (FWS AI) :

Geschatte fokwaarde van een dier op basis van de pedigrée.

FWS : AI 0 24 -114 13.7 128.5 0.554 (…)

 

AI      =   Afstammingindex

0        =   het aantal geteste nakomelingen is steeds 0 omdat het een geschatte afstammings index is.

24      =   geschatte fokwaarde voor dagelijkse groei (in grammen per dag) uitgedrukt als afwijking t.o.v. het eigen rasgemiddelde

-114  =   geschatte fokwaarde voor voederconversie (in grammen voer per kg groei) uitgedrukt als afwijking t.o.v. het eigen rasgemiddelde

13.7   =   geschatte fokwaarde voor karkaskwaliteit (in punten) uitgedrukt als afwijking t.o.v. het eigen rasgemiddelde

128.5 =   gecombineerde geschatte afstammings index

0.554 =   betrouwbaarheid van de afstammings-index (max 0.707)

(Belofte)= Predicaat van de beer

(-)      = geen predicaat toegekend

Afhankelijk van de geschatte afstammingsindex worden predicaten aan beren toegekend.

Indien geschatte afstammingsindex ≥ 105 en  betrouwbaarheid ≥ 0.4 : VPF-BELOFTE.


4.  Vruchtbaarheids-index (IFI) :

 

De vruchtbaarheids-indexen worden berekend op basis van de worpresultaten die worden geregistreerd op de stamboekbedrijven. Met behulp van de BLUP-methode (toegepast op een dier-model) wordt voor elke betrokken beer en/of zeug de fokwaarde geschat voor het aantal geboren biggen, het aantal gespeende biggen en de tussenworptijd. Deze drie afzonderlijke fokwaardeschattingen worden per dier gecombineerd volgens hun economisch belang tot één cijfer: de vruchtbaarheids-index. De weergave van de resultaten is als volgt :

 

– 0.59  0.16  – 2.88   109.4   0.873

 

– 0.59 =   fokwaarde voor aantal geboren biggen/worp t.o.v. het eigen rasgemiddelde

0.16  =   fokwaarde voor aantal gespeende biggen/worp t.o.v. het eigen rasgemiddelde

– 2.88 =   fokwaarde voor tussenworptijd (in dagen) uitgedrukt t.o.v. het eigen rasgemiddelde

109.4 =   gecombineerde vruchtbaarheids-index (gemiddelde = 100, standaardafwijking = 33)

0.873 =   berekende nauwkeurigheid van de vruchtbaarheids-index (max 0.999)

 

 

5.         Eigen vruchtbaarheidsresultaten zeugen :

 

Naast de vruchtbaarheidsindex (indien berekend) worden ook de eigen vruchtbaarheids-resultaten van elke zeug weergegeven. Deze resultaten hebben enkel betrekking op de zeug zelf en zijn niet gecorrigeerd voor omgevingsinvloeden. De eigen vruchtbaarheidsresultaten worden als volgt weergegeven :

 

4/2.42/28.78                 =  4              aantal worpen

2.42         worpindex

28.78       productiegetal